Je brein bepaalt hoe vrijgevig je bent

Wanneer doe jij iets voor een ander? Bijvoorbeeld als het een vriend is of als je er zelf iets voor terugkrijgt? Of voelt het net zo goed om iets aardigs voor een vreemde te doen? Kleine kinderen denken meestal vooral aan zichzelf. Maar naarmate we ouder worden ontwikkelen we een gevoel van vrijgevigheid. Hoe dat mechanisme werkt, dat bepaalt je brein.

Wat is goed en fout?

Ik kwam een onderzoek tegen dat is gedaan aan de universiteit van Chicago. De onderzoekers, Jason M. Cowell en Jean Decety, waren nieuwsgierig naar de vrijgevigheid van kinderen tussen de 3 en 5 jaar. Eigenlijk is bijna alles wat we doen gebaseerd op de afweging: Wat is goed en fout? Aan de ene kant gaat het erom wat onszelf een goed gevoel geeft. Maar we kijken ook zeker naar wat anderen goed of fout vinden. We willen bijvoorbeeld zelf het beste resultaat halen, maar we vinden het niet eerlijk als dit teveel ten koste gaat van een ander. De onderzoekers waren benieuwd hoe deze morele afweging groeit in kleine kinderen.

Het onderzoek

De 57 kinderen die meededen aan het onderzoek kregen een aantal filmpjes te zien. In deze filmpjes zagen ze hoe mensen een ander hielpen of de ander juist kwaad deden. Ondertussen werden hun hersengolven gemeten met een EEG-scan en werden hun oogbewegingen bijgehouden.

Nadat ze deze filmpjes gekeken hadden gingen de kinderen een spelletje doen. Dit werd het ‘dictator’ spel genoemd (wat me al een fout begin lijkt, haha). De kinderen kregen tien stickers en de onderzoeker vroeg hen of ze die stickers wilden delen met een ander kind, dat ze niet kenden, die later op de dag naar het laboratorium zou komen. Vervolgens draaide de onderzoeker zich om en liet het kind stickers in een bakje doen (een bakje voor zichzelf en een bakje voor het ‘andere kind’). Gemiddeld gaven ze minder dan twee stickers weg. Maar: Als de kinderen positieve filmpjes hadden gezien, waarin iemand werd geholpen, gingen ze zich vrijgeviger gedragen!

Vrijgevigheid zien maakt een kind vrijgeviger

Uit de analyse van de hersengolven en oogbewegingen kwamen interessante resultaten. Tijdens het kijken van de filmpjes waarin iemand een ander hielp of juist een ander kwaad deed werden er verschillen gevonden op twee gebieden. Ten eerste richtten de kinderen hun aandacht op andere dingen. Ten tweede werden de filmpjes cognitief anders verwerkt. Dat wil zeggen dat ze de filmpjes ook echt bewust anders beoordeelden. En deze andere beoordeling zorgde ervoor dat ze zelf vrijgeviger werden als ze hadden gezien dat degene in het filmpje een ander hielp.

Wat hebben we hieraan?

Het is nog steeds een beetje onduidelijk hoe vrijgevigheid zich nou precies ontwikkelt. Sommige theorieën stellen dat je ermee geboren wordt. Dit onderzoek toont aan dat het wel degelijk te ontwikkelen is. En dat betekent ook dat we er zelf iets aan kunnen doen! Door met kleine kinderen in gesprek te gaan over prosociaal (goed) en antisociaal (fout) gedrag kunnen ze leren zelf vrijgeviger te worden.

Ik vond het interessant om hier eens over na te denken. Ik denk dat veel mensen het praten over goed en fout sowieso al meenemen in hun opvoeding. Maar ik vond dit onderzoek een mooie eye-opener dat je daar niet vroeg genoeg mee kan beginnen!

Bron afbeeldingen: 1, 2, 3

Misschien vind je dit ook leuk

3 reacties

  1. Interssant artikel.
    Daar kan ik helemaal inkomen.
    Op jw.org staat een interssant kinderfilmpje : geven maakt gelukkig.
    Aanvullende info.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.