Online privacy: Je hebt wel iets te verbergen

Als iemand jou op straat vraagt of hij je zoekgeschiedenis, Whatsapp berichten of e-mails mag inzien, dan loop je waarschijnlijk snel weg. Het wordt ineens heel tastbaar en je wil je privacy beschermen. Maar als buiten ons zicht om onze privacy wordt ingebroken, reageren we heel anders. Hoe komt dat? Bedrijven zoals Google, Facebook en zelfs de Belastingdienst verzamelen allerlei gegevens zonder dat we daar bewust van zijn. Wat doen ze daarmee en hebben we misschien wel meer te verbergen dan we denken?!

Google en Facebook

Je kent het wel: Je hebt een paar schoenen bekeken in een webshop en de dagen daarna zie je ineens op overal een advertentie verschijnen van die schoenen. Dit gebeurt dankzij Google: Het bedrijf verzamelt de hele dag door allerlei gegevens van jouw internetgebruik via zogenaamde ‘trackers’. Daarnaast verzamelt Google nog veel meer persoonlijke informatie via Gmail, Google Maps, Youtube en de Agenda. Met behulp van deze informatie kan Google een uitgebreid profiel maken over jouw interesses. Dit is natuurlijk erg interessant voor adverteerders; hoe meer ze over je weten hoe groter de kans dat ze jou een advertentie kunnen laten zien waar je op zult klikken. Door advertentieruimte te verkopen verdient Google ontzettend veel geld. En Eric Schmidt, de bestuursvoorzitter van Google, zei eens in een interview: ‘Als je iets doet waarvan je niet wil dat anderen het weten, kun je het beter misschien maar helemaal niet doen’. Oftewel: Google vindt jouw persoonlijke privacy niet zo belangrijk.

Bij Facebook gebeurt iets vergelijkbaars. Het gebruiken van Facebook is gratis, toch verdient het bedrijf miljarden. Hoe kan dat? Het invoeren van de ‘like knop’ bleek een gat in de markt. Nu Facebook weet waar onze interesses liggen, kunnen ook zij een uitgebreid persoonlijk profiel maken en hierdoor gerichte advertenties laten zien. Dus terwijl je misschien denkt dat je je interesses alleen met je vriendenlijst deelt, ben je een grote commerciële inkomstenbron. Niet alleen door je ‘likes’, maar ook via je WhatsApp gesprekken. Bij de overname van Whatsapp beloofde Facebook niks met jouw berichten te doen. In mei 2017 kregen ze het (zoals steeds vaker gebeurt) aan de stok met een Europese privacyt0ezichthouder omdat ze onze WhatsApp gesprekken gebruikten voor advertentiedoeleinden. Ook wordt Facebook onderzocht omdat er vermoedens zijn dat zij hun onwetende gebruikers mee lieten doen aan ‘sociaalpsychologische experimenten’. Daarnaast is het niet te achterhalen bij welke bedrijven je data is beland, welke privacyreglementen zij naleven en wat zij ermee willen doen in de toekomst. Misschien word je data wel jaren bewaard op een Amerikaanse server en als het bedrijf gehackt wordt, komen jouw gegevens in handen van criminelen. Allemaal zaken waar wij zelf geen invloed op hebben maar wel last van hebben.

Dit gebeurt niet alleen op je computer, maar misschien nog wel meer op je telefoon. Een app vraagt allerlei permissies zonder dat je weet waarom (zo hoeft de Bijenkorf app écht je agenda niet in te zien en je contactpersonen zelf e-mails sturen). Smartphones zijn zo ontworpen dat je niet zelf kunt achterhalen wie er allemaal met je meekijken (tenzij je een hacker bent). Nog een voorbeeld: Bij het bezoeken van Nu.nl word je gevolgd door maar liefst 44 trackers, die jouw data opslaan met het doel hier geld mee te kunnen verdienen. Als je aan het surfen bent heb je het gevoel dat je alleen bent, toch?! Misschien klopt dat toch niet helemaal… Een onprettig gevoel.

Overheidsinstellingen

Commerciële bedrijven zetten jouw privacy dus op het spel om geld te verdienen. Maar niet alleen voor hen moeten we onze data goed beschermen. Ook de overheid verzamelt steeds meer privacygevoelige gegevens, waarvan het doel niet altijd duidelijk (of rechtvaardig) is. Zo waarschuwt de Belastingdienst mensen die pas gescheiden zijn dat veel mensen in hun positie de aangifte te laat invullen. Of vroegen ze in 2012 alle parkeergegevens van SMSParking op, om te controleren of leaserijders zich aan de toegestane privékilometers hielden. Er zijn meerdere voorbeelden te noemen waarbij reizigers de Verenigde Staten niet inkwamen omdat ze op de zogenaamde ‘no fly-list’ terecht waren gekomen door ‘verdacht gedrag’, terwijl deze persoon niks verkeerd had gedaan.

Waarom voelt het niet zo gevaarlijk?

Genoeg redenen dus om je online privacy te beschermen, net als dat je je voordeur op slot doet of je raam open laat staan terwijl je je omkleedt. Ook al doe je niks verkeerd, je hebt wel iets te beschermen. Toch zijn weinig mensen bewust van hun online privacy en kiezen we op de eerste plaats voor gebruiksgemak. Dit wordt ook wel de ‘privacy paradox’ genoemd. Uit onderzoek onder 598 Facebookgebruikers bleek dat hun zorgen over privacy weinig invloed hadden op hun gedrag. De onderzoekers verklaren dit door middel van twee psychologische begrippen:

  • De ‘third-person theory’ die twee kanten op werkt: Mensen onderschatten de kans dat het risico hen treft, maar verwachten tegelijkertijd dat anderen (‘Facebook-gebruikers’ in het algemeen) een groter risico lopen op vervelende consequenties. Dit geldt voor het gebruik van social media, maar ook bij risicovol gedrag zoals overmatig drinken.
  • De ‘uses-and-gratification theory’: Mensen gebruiken social media om in bepaalde behoeften te voorzien. Bijvoorbeeld om je verbonden te voelen met anderen, het verkrijgen van status en vermaak. Het vervullen van deze behoeften staat boven het onaangename gevoel van het inleveren op privacy. Goed om hierbij in je achterhoofd te houden is dat het de behoefte van bedrijven zoals Google is om geld te verdienen, linksom of rechtsom. Een treffende quote: ‘Als je niet betaalt voor een product, dan ben jij het product’.

Waarom is het zo moeilijk ons gedrag te veranderen? Wat een grote rol speelt is dat de inbreuk op je privacy niet direct zichtbaar is. Als er iemand naar je tas zit te loeren in de metro voel je je ongemakkelijk, maar als er 40 bedrijven naar jouw browsegeschiedenis kijken heb je dat niet door. En daarom maken we ons er minder druk over. Je kunt je telefoon zien als een zwarte doos: Zolang hij doet wat je wil dat hij doet, maakt het je niet zoveel uit hoe het werkt. Als het voldoet aan je verwachtingen geef je het apparaat vertrouwen.  En zodra je aan je vertrouwen aan begint te twijfelen, probeer je het voor jezelf goed te praten zodat je je niet slecht hoeft te voelen. Bijvoorbeeld dat de overheid meer gegevens nodig heeft om ons te kunnen beschermen. Of dat het handig is dat Google jou relevante advertenties laat zien. In de psychologie wordt dit cognitieve dissonantie genoemd, een theorie die al in 1957 werd vastgesteld maar waar we nu nog steeds ons hoofd voor in het zand steken.

Wat nu?

Internet is inmiddels een groot onderdeel van ons dagelijks leven geworden en we kunnen het niet meer wegdenken. Gelukkig hoef je ook geen 100 jaar terug in de tijd om je privacy beter te beschermen. Er is veel informatie te vinden over hoe je met kleine aanpassingen een groot verschil te maken. Bijvoorbeeld door het gebruik van veilige wachtwoorden, alternatieven voor Google en het versleutelen van je data via een VPN. Goede tips zijn te vinden via de Correspondent, die een digitale zelfverdedigingsgids schreven.

Dit artikel is geschreven op basis van informatie uit het boek  ‘Je hebt wel iets te verbergen’ van Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis, een aanrader als je meer over dit onderwerp wilt lezen! Door het boek via deze link te kopen ontvang ik een kleine commissie.

Bron afbeeldingen: 1, 2.

Misschien vind je dit ook leuk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *