Waarom vergelijken we onszelf met anderen?

Natuurlijk moet je dicht bij jezelf blijven en je niet teveel aantrekken van de mening van anderen. Maar toch kun je jezelf niet helemaal los van de rest van de wereld zien. We vergelijken onszelf elke dag met onze omgeving, maar waarom doen we dat? Hier is een verklaring voor, die we de sociale vergelijkingstheorie noemen.

Wat heeft het voor nut?

De sociale vergelijkingstheorie is een echte klassieker, hij bestaat namelijk al sinds 1954. Leon Festinger verklaarde toen waarom we ons met anderen vergelijken. Allereerst willen we situaties graag begrijpen, als mensen kunnen we dingen nu eenmaal niet zomaar naast ons neer leggen. Het liefst doen we dit door op een objectieve manier naar een situatie te kijken. Bijvoorbeeld inschatten of er gevaar dreigt of niet. Maar soms is een situatie niet meteen duidelijk. Op die momenten kijken we verder, en wordt sociale informatie belangrijk. Je beoordeelt je eigen gedrag en mening dan op basis van wat andere mensen doen of vinden. Op die manier hebben kunnen we toch de wereld om ons heen begrijpen. Dit is ook de reden dat we graag bij een groep horen. Als de groep ergens achter staat, dan zullen ze daar immers wel een goede reden voor hebben. Maar ook op individueel niveau kijken we vaak naar de situatie van een ander.

Met wie vergelijk je je dan?

Volgens de theorie vergelijken we onszelf vooral met mensen die veel op ons lijken. Als ik bijvoorbeeld wil weten of ik mijn werk goed doe, kan ik beter kijken naar een beginnende collega dan iemand met 30 jaar ervaring. En hoewel de media een steeds grotere rol spelen, heeft het weinig zin onszelf te vergelijken met bekende Nederlanders. Het heeft meer nut om in je eigen directe omgeving te blijven.

Hoewel we voornamelijk kiezen voor mensen die op ons lijken, zijn er wel kleine verschillen te benoemen. In de ene situatie vergelijken we ons met anderen die het slechter hebben, terwijl we op andere momenten kijken naar mensen die het beter hebben. Dit verschil wordt ‘downward’ en ‘upward’ vergelijking genoemd en werd toegevoegd aan de theorie in 1981. Als je al niet zo lekker in je vel zit is het fijn om te weten dat het altijd erger kan. Maar als je jezelf wil motiveren ergens voor te gaan, kan het helpen jezelf te meten aan iemand die je doel al heeft bereikt.

Je goed voelen over jezelf

Welk effect de vergelijking met een ander op je gevoel heeft verschilt heel erg. Je kan er nieuwe energie en hoop door krijgen (‘Ik wil dat ook bereiken’) of er juist neerslachtig van worden (‘Over een tijdje gaat het met mij net zo slecht’). Natuurlijk wil je je het liefste goed over jezelf voelen. Daarom kan het goed zijn eens stil te staan bij je keuze: Naar wie kijk jij? En helpt dit je verder, of houdt het je juist tegen in je ontwikkeling?

Als je merkt dat je misschien wel naar de verkeerde mensen kijkt, is het tijd om te bepalen met wie je jezelf wel wil vergelijken. Ten eerste is het belangrijk om te weten of je iets aan je eigen situatie kan veranderen. Is het iets waar je hard aan kan werken om te verbeteren, of een situatie die je moet accepteren? Je kunt bijvoorbeeld hard werken aan je carrière, maar met een lichamelijke beperking je misschien wel nooit een marathon lopen. Als je je situatie hebt ingeschat kan je op zoek gaan naar een rolmodel. Iemand die op ongeveer hetzelfde punt in zijn of haar leven staat (qua leeftijd, geld, relatie, werk etc). Iemand die je kan inspireren of je juist kan laten in zien dat jouw situatie al best oké is.

Hoewel het belangrijk is je eigen principes te volgen en zelfverzekerd te zijn, kan het helemaal geen kwaad jezelf met anderen te vergelijken. Als je er maar het juiste gevoel aan overhoudt!

Bron afbeeldingen: 1, 2, 3.

Misschien vind je dit ook leuk

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *