Wat is een posttraumatische stressstoornis?


Vroeg of laat in hun leven maken de meeste mensen een schokkende gebeurtenis mee. Het kan zijn dat je zelf doodsangsten uitstaat, of dat je van dichtbij iets schokkends ziet gebeuren. Na zo’n ervaring zit je vol emotie, wil je erover praten (of juist terugtrekken) en zie je de beelden voor je als je gaat slapen. Dit verwerkingsproces is heel normaal en bij de meeste mensen slijt de angst na enige tijd.

Maar wat als je lichaam op scherp blijft staan, als je de schokkende gebeurtenis blijft herbeleven? Dan spreken we van een posttraumatische stressstoornis. Ongeveer 10% van de mensen die een trauma meemaakt ontwikkelt deze PTSS-klachten. 

Wat is een posttraumatische stressstoornis (PTSS)?

De DSM-5 onderscheidt de volgende symptomen, bij mensen vanaf 6 jaar:

  1. Blootstelling aan een feitelijke of dreigende dood, ernstige verwonding of seksueel geweld op een (of meer) van de volgende manieren:- Zelf ondergaan van de psychotraumatische gebeurtenis(sen).- Persoonlijk getuige zijn geweest van de gebeurtenis(sen) terwijl deze anderen overkwam(en).- Vernemen dat de psychotraumatische gebeurtenis(sen) een naast familielid of goede vriend(in) is (zijn) overkomen. Bij een feitelijke of dreigende dood van een familielid of virend(in), moet(en de gebeurtenis(sen) gewelddadig van karakter zijn of een ongeval betreffen.- Ondergaan van herhaaldelijke of extreme blootstelling aan de afschuwwekkende details van de psychotraumatische gebeurtenis(sen) zoals bij hulpverleners die stoffelijke resten moeten verzamelen; politieagenten die herhaaldelijk worden geconfronteerd met de details van kindermisbruik. Dit geldt niet voor blootstelling via de media.
  2. De aanwezigheid van een (of meer) van de volgende symptomen die samenhangen met de psychotraumatische gebeurtenis(sen) en die zijn begonnen nadat de psychotraumatische gebeurtenis(sen) heeft (hebben) plaatsgevonden:
    – Herhaaldelijke, onvrijwillige en pijnlijke herinneringen aan de gebeurtenis.
    – Herhaaldelijke onaangename dromen waarin de inhoud en/of het gevoel van de droom samenhangt met de psychotraumatische gebeurtenis(sen).
    – Dissociatieve reacties (zoals flashbacks) waarbij de persoon het gevoel heeft of handelt alsof de psychotraumatische gebeurtenis(sen) opnieuw plaatsvindt(en).
    – Intense of langdurige psychische lijdensdruk bij blootstelling aan interne of externe prikkels die een aspect van de psychotraumatische gebeurtenis(sen) symboliseren of erop lijken.
    – Duidelijke lichamelijke reacties op interne of externe prikkels die een aspect van de psychotraumatische gebeurtenis(sen) symboliseren of erop lijken.
  3. Langdurige vermijding van prikkels die geassocieerd worden met de psychotraumatische gebeurtenis(sen) die begon nadat de psychotraumatische gebeurtenis(sen) heeft (hebben) plaatsgevonden, zoals blijkt uit één van de beide volgende kenmerken:
    – Vermijding of pogingen tot vermijding van pijnlijke herinneringen, gedachten of gevoelens over, of sterk samenhangend met de psychotraumatische gebeurtenis(sen).
    – Vermijding of pogingen tot vermijding van dingen die aan de psychotraumatische gebeurtenis(sen) herinneren. Bijvoorbeeld mensen, plaatsen, gesprekken, activiteiten, voorwerpen of situaties die pijnlijke herinneringen, gedachten of gevoelens oproepen over, of sterk samenhangend met, de psychotraumatische gebeurtenis(sen).
  4. Negatieve veranderingen in cognities (gedachten) en stemming, gerelateerd aan de psychotraumatische gebeurtenis(sen), die zijn begonnen of verergerd nadat de psychotraumatische gebeurtenis(sen) heeft (hebben) plaatsgevonden, zoals blijkt uit twee (of meer) van de volgende kenmerken:
    – Onvermogen om zich een belangrijk aspect van  de psychotraumatische gebeurtenis(sen) te herinneren.
    – Aanhoudende, overdreven negatieve overtuigingen of verwachtingen over zichzelf, anderen of de wereld (bijvoorbeeld “Ik ben slecht”, ” Je kunt niemand vertrouwen”, ” De wereld is door en door gevaarlijk”, “Mijn hele zenuwstelsel is voor altijd verwoest”).
    – Aanhoudende vertekende cognities over de oorzaak of gevolgen van de psychotraumatische gebeurtenis(sen), die ertoe leiden dat de betrokkene zichzelf of anderen er de schuld van geeft.
    – Langdurige negatieve gemoedstoestand (bijvoorbeeld angst, afschuw, boosheid, schuldgevoelens of schaamte).
    – Duidelijk verminderde belangstelling voor, of deelname aan belangrijke activiteiten.
    – Gevoelens van onthechting of vervreemding van anderen.
    – Onvermogen om positieve emoties (zoals geluk, voldoening of liefdevolle gevoelens) te ervaren.
  5. Duidelijke veranderingen in (re)activiteit, gerelateerd aan de psychotraumatische gebeurtenis(sen), die zijn begonnen of verslechterd nadat de psychotraumatische gebeurtenis(sen) heeft (hebben) plaatsgevonden, zoals blijkt uit twee (of meer) van de volgende kenmerken:
    – Prikkelbaar gedrag en woede-uitbarstingen (met weinig of geen aanleiding), gewoonlijk tot uiting komend in verbale of fysieke agressie tegen mensen of voorwerpen.
    – Roekeloos of zelfdestructief gedrag.
    – Verhoogde alertheid.
    – Overdreven schrikreacties.
    – Concentratieproblemen.
    – Verstoring van de slaap (zoals moeite met in- of doorslapen of onrustige slaap).
  6. Duur van de stoornis (criteria 2, 3, 4 en 5) is langer dan één maand.
  7. De stoornis veroorzaakt klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen
  8. De stoornis kan niet worden toegeschreven aan de lichamelijke effecten van een middel (zoals medicatie, alcohol) of aan een fysieke aandoening.

Bron: Hulpgids

Wie heeft meer kans op PTSS?

90% van de mensen die een traumatische gebeurtenis meemaken houden hier dus geen langdurige klachten aan over. Het is niet met volle zekerheid te voorspellen wie wel PTSS ontwikkeld. Wel maakt het verschil wat voor trauma iemand meemaakt: Was het eenmalig (zoals een ongeluk) of veelvuldig (zoals kindermisbruik)?
Ook is de opvang achteraf cruciaal. De een heeft behoefte om meteen te praten, de ander wil juist eerst wat rust voor zichzelf. Beide is goed zolang je je eigen verwerkingsproces kunt volgen. Gedwongen worden te praten kan averechts werken, net als te lang je hoofd in het zand steken.
Een belangrijke factor in het wel of niet ontwikkelen van PTSS is hoe je persoonlijkheid in elkaar steekt. Als jij je als kind goed hebt kunnen ontwikkelen en op latere leeftijd een trauma meemaakt, kun je dit veel beter aan dan wanneer je als kind al veelvuldig aan gevaarlijke situaties wordt blootgesteld. Een positieve instelling (‘het had veel erger kunnen aflopen’) draagt bij aan de verwerking, terwijl negatieve gedachten (‘het is mijn eigen schuld’) de verwerking in de weg staan.

Kan het behandeld worden?

Afhankelijk van de gebeurtenis en de ernst van de klachten wordt een persoonlijk behandelplan samengesteld. Een veelgebruikte behandeling is volgens het driefasenmodel:

  1. Stabilisatie en opbouwen van een therapeutische relatie.
  2. Verwerking (bijvoorbeeld EMDR, opschrijven van de ervaring via getuigenistherapie en exposure)
  3. Integratie in het dagelijks leven en vormgeven van de toekomst.

Bron: M. Stöfsel & T. Mooren (2010). Complex trauma

Sommige mensen zijn met een paar sessies EMDR van hun klachten af, anderen zijn zo erg getraumatiseerd dat ze nooit aan verwerking toekomen. Het is een stoornis die een leven kan ontwrichten. Gelukkig is er met een goede behandeling en hulp uit de eigen omgeving wel winst te halen!

Bronnen afbeeldingen: 1, 2

Misschien vind je dit ook leuk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *